Jkvr. Johanna Jacoba Ploos van Amstel

Sint Michielsorde

Archief Ploos van Amstel

Ordeteken

Het ordeteken was een keten, bestaande uit twaalf aan elkaar geschakelde, gouden gegoten en geŽmailleerde (St. MichaŽls) schelpen met† vanaf de keten afhangend† het juweel van de Orde : een ovaal medaillon (ca. 55 x 40 mm.) van zes kleine aaneengeschakelde dito schelpen met binnen≠in die krans de aartsengel MichaŽl in pseudoklassieke bewapening die met een lans een aan zijn voeten liggende duivel tracht te doden. De tussenschakels van de schel≠pen, bestaande uit strigilis-motieven die slingeren om twee evenwijdige staafjes, zijn wit geŽmailleerd met zwarte arcering; St. Michiel en de draak zijn in natuurlijke kleuren geŽmailleerd.† (uit aantekeningen van Dr. R. van Luttervelt)

De ketens van de ridders verschilden in onderdelen van elkaar, b.v. de gedaante van St. Michiel is bij het ene medaillon linksgewend en bij een andere rechtsgewend. Naar gelang de aard van de bezitter werd het medaillon aan het oogje "versierd" met een Franse lelie (bij Adriaen Pauw en Johan de Knuyt) dan wel met een parel of met een strikje (Michiel Adriaensz. de Ruyter).

Bij de keten hoorde een met bruin leer beklede doos die bestempeld was met Franse lelies.

Behalve de keten met medaillon kende de Orde naderhand ook een achtpuntig draagkruis, dat normaliter aan een blauw lint werd gedragen.

Cornelis Lampsins heeft beide ordetekens uitgereikt gekregen. Hendrick de Sandra kreeg een keten waarbij de schelpen dubbel waren (dakpansgewijs over elkaar heen) terwijl als juweel het draagkruis diende.

Orde van Sint Michiel: naamlijst

Uit:† Ploos van Amstel, G. Unde Venis, Ploos van Amstel.? De Nederlandsche Leeuw 1990. CVII:178-283