IXe (VIIIc-4) Ds. Gerrit Ploos van Amstel

Archief Ploos van Amstel

Ds. Gerrit Ploos van Amstel, geboren te Naarden op 26 maart 1667 als vierde kind in het gezin van Jacob Ploos (VIIIc) (1630-1694) en als derde kind (zoon) van de tweede vrouw van Jacob, Weyntje Beris. Na hem worden nog vier broers en twee zusters gebo≠ren. Hij groeide dus op in een groot gezin. Zijn vader was, komend van Loosdrecht, zich in Naarden gaan vestigen als caffawerker, d.i. producent van fijne zijden stoffen en damast. Naderhand oefende vader Jacob het beroep van impostmeester uit en werd hij ook o.m. raad in de vroedschap van Naarden en burgemeester, kerkmeester en weesmeester. Het derde huwelijk van Jacob Ploos (met Sara Saftleven) werd op 5 oktober 1692 in de kerk van Blaricum voltrokken; niet door zoon Gerrit doch door ds. Van Rhijn. Misschien dat Gerrit, die een jaar tevoren predikant van Laren en Blaricum was geworden, het niet juist vond het huwelijk van zijn vader zelf in te zegenen.

Gerrit moet een vroegrijpe of vroegwijze jongen geweest zijn want wij komen hem reeds op 15-jarige leeftijd tegen als getuige bij vele acten voor de Naardense notaris Cornelis Brouwer. Het bijzondere daarbij was dat hij reeds met de volle achternaam Ploos van Amstel ondertekent terwijl zijn vader tot zijn dood de naam Ploos voert en zijn broers veel later de dubbele achternaam zijn gaan gebruiken.

Terwijl zijn broers in het zakenleven gingen voelde Gerrit roeping voor het predikantschap. Hij werd op 3 september 1688 ingeschreven aan de theologische faculteit van Groningen en studeerde daar in 1691 af. Hij werd beroepen door de kerken van Laren en Blaricum en werd in de kerk van Blaricum op 15 november 1691 bevestigd. Een van zijn eerste daden was het inrichten van een doop- en trouwboek.

Hij ging toen in de pastorie van de kerk van Blaricum wonen.

Op 9 januari 1693 ging Gerrit te Naarden in ondertrouw met Geertruyd Delhee (gedoopt in Naarden op 21 februari 1670) en trouwde vervolgens "op 't betoog van Laren" in de Grote Kerk van Naarden op 15 februari 1693.

Uit dit huwelijk spruiten acht zoons en drie dochters voort. Zij zijn allen gedoopt door de vader in de kerk waarin hij op dat moment dienst had, t.w. in de kerk van Blaricum (de meesten), die van Laren en de Grote Kerk van Naarden.

Twee zoons, Jacob (1694-1723) en Adrianus (1706-1762), volgen hun vader in het geestelijk ambt. Jacob wordt in 1718 predikant te Valkkoog (een dorpje bij Schagen), en Adrianus in 1733 te Laren en Blaricum als opvolger van zijn vader. De andere zoons gingen het zakenleven in; ťťn dochter stierf heel jong, en twee dochters trouwden met zakenlieden.

In 1708 ontstond te Weesp een vacature door het emeritaat van Ds. Johannes Brandolphus. Op de groslijst van negen te beroe≠pen predikanten stond ook Ds. Gerrit Ploos van Amstel. Bij de daaropvolgende eerste selectie viel Gerrit af.

Dat hij op deze groslijst kwam zal ongetwijfeld beÔnvloed zijn door het feit dat Gerrit's broer Albertus Ploos van Amstel in Weesp een belangrijke figuur was. Ook zal van invloed zijn geweest dat Albertus' schoonvader Joan Galtrop burgemeester van die stad was.

Gerrit was ook geparenteerd aan andere belangrijke Gooise families. Twee broers, Jacobus (IXc) en Cornelis (IXd) , waren getrouwd met dochters van de Naardense burgemeester Jacob Tol. Broer Jan was getrouwd met Maria Duurkant, die dochter was van de schout van Blaricum, Gerrit Duurkant. Als weduwe hertrouwt Maria met Gerrit Nagtglas, raad in de vroedschap van Naarden, schepen en burgemeester. De zuster van Gerrit Ploos' vrouw, Maria Delhee, trouwde met Pieter Duurkant, schout van Laren, welk huwelijk door Gerrit te Blaricum ingezegend werd.††

Op 6 april 1722 wordt door vader of zijn zoon Gerrit het Huis "Slot Ruysendael", gekocht dat gelegen is aan de Gooiersgracht ten zuiden van de Leeuwenpaal onder de banning Naarden, behorend tot de gemeente Blaricum. Hij kocht dit slot van Adriaen Tymens≠zoon Blom, grootgrondbezitter te Eemnes.

Na Gerrit's overlijden in 1741 is het slot en aanbehoren o.m. in bezit geweest van Jan Meynesz. Ridder (1657).

Gerrit behoorde tot de Erfgooiers. In een vergadering in 1688 van Stad en Lande van Gooiland werd hij als zodanig erkend omdat hij absoluut bewezen had van Gooiers af te stammen. Er werd toen tevens besloten dat allen die de naam Ploos van Amstel voeren en in het Gooi komen wonen, erfgooiers kunnen worden.†

Bij een bijzonder voorval in de familie wordt Ds. Gerrit Ploos van Amstel in januari/februari 1726 betrokken. Zijn neef Jacob Corneliszoon, wonend in Amsterdam, en zijn nicht Johanna Clementia Albertusdr., wonend in Weesp, waren verliefd op elkaar geworden. Deze bloedverwantschap gaf nogal moei≠lijkheden voor de overheid om toestemming tot een huwelijk te geven. De natuur wilde dat er een kind op komst kwam en geboren werd vÚÚr het huwe-lijk. Op 4 januari 1726 werd ten huize van grootmoeder Isabella Galtrop, weduwe Albertus Ploos van Amstel, een gezonde jongen geboren die naar zijn grootvader Cornelis werd genoemd. Op het kraambed werd de onder≠trouw ingeschreven en op 10 februari 1726 wordt het huwelijk tussen Jacob en Isabella door Ds. Gerrit Ploos van Amstel ingezegend in de kerk van Eemnes. Men kan zich afvragen waarom helemaal in Eemnes en niet in Weesp? Misschien om buiten de directe belangstelling van de kleine gemeenschap van Weesp te blijven ? Wie zal het weten. In elk geval stond Gerrit blijk≠baar mild tegenover deze "faux pas".

In materiŽle zin ging het Gerrit niet onredelijk. Uit diverse testamenten en acten mogen wij dit concluderen.

Over het kerkelijk functioneren staan weinig bronnen ter beschikking.

Uit de kerkboeken blijkt dat Gerrit behalve in de twee kerken van Laren en Blaricum ook preekte in die van Naarden en van Eemnes.

Als te doen gebruikelijk was hij op de vergaderingen van de classis Amsterdam aanwezig.

In de vergadering van 21 juli 1727 werd hij benoemd tot medequaestor (naast Ds. Van der Horst) voor een periode van twee jaar. Hiermede vervulde hij de vacature, ontstaan door het overlijden van Ds. Van Helst. Gerrit zal in deze functie ambulant bezig zijn. In de vergadering van 2 mei 1729 wordt Ds. Elias zijn opvolger.

In maart 1733 verzoekt Ds. Gerrit Ploos van Amstel aan de Synode en de classis Amsterdam emeritaat "om zijn hoog≠klim≠mende jaren, verval van kragten en geheugenisse en ook inzonderheijd de groote verswakking van zijn gezigt". Dit verzoek komt ter tafel van de Staten van Holland en Westvriesland die over de financiŽle afhandeling moet beslissen. Volgens een bijgevoegde attestatie van de classis Amster≠dam heeft Gerrit reeds twee jaar zijn werkzaam≠heden in classicale en synodale commissies vanwege zijn gezichts≠vermogen en licha≠melijke toestand niet kunnen uitoefenen.

De ontvanger-generaal, Mr. Joan Slicher, stelt aan de Staten voor om Ds. Gerrit -- gezien zijn grote gezin en niet voldoen≠de middelen uit andere bronnen -- zijn "ordinaris tractement" van 700,-- per jaar te laten behou≠den. De Staten disponeren op 8 mei 1733 goedgunstig op het verzoek, maar Gerrit moet zijn dienst nog wel blijven verrichten totdat er een opvolger is.

Voor de ontstane vacature worden drie proponenten ge≠noemd, t.w. kandidaat Adrianus Ploos van Amstel (Gerrit's zoon), kandidaat Johannes Post te Groningen, en Ds. Otto A. Borshuis te Lutkegast. Beroepen wordt Adrianus Ploos van Amstel, die daarna op 29 juni 1733 peremptoir geŽxa≠mineerd wordt door Ds. Thomas van Son, predikant te Amsterdam, om vervolgens op 19 juli door Ds. Gerardus Klein, predikant van Huizen, bevestigd te wor≠den. Adria≠nus' vader doet wel de handoplegging.

Ds. Gerrit Ploos van Amstel en zijn vrouw blijven bij hun zoon in de pastorie wonen totdat deze in juni 1736 gaat trouwen met Hendrina van der Luyt. Gerrit en zijn vrouw verhuizen begin augustus 1736 naar Huizen waar hij op 1 augustus 1741 overlijdt en op 8 augustus aldaar wordt begraven.

Zijn vrouw Geertruyd Delhee gaat later bij haar zoon Johannes Ploos van Amstel op het Damrak te Amsterdam wonen. Daar drijft Johannes een handel in drogerijen. Geertruyd overlijdt aldaar op 4 december 1753 en wordt op 10 december te Huizen begraven.

††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††